Woordenschat en ICT in het basisonderwijs

Auteur(s): Ellis Regts

Ellis Regts heeft de Lerarenopleiding Basisonderwijs in de avonduren (deeltijd) gevolgd en is afgestudeerd met een denominatie openbaar onderwijs en een specialisatie voor het oudere kind.

Woordenschat en ICT in het basisonderwijs

Mijn onderzoek heeft een antwoord gezocht op de volgende vraag:
‘Hoe kunnen op basisschool de Zandloper de digitale leermiddelen zo worden ingezet dat het onderwijs op het gebied van woordenschat in de midden- en bovenbouw op een doeltreffender manier kan worden aangeboden?’

Dit onderzoek gaat in op een aantal deelvragen, die aan de hand van literatuur- en praktijkonderzoek worden beantwoord. Het antwoord wordt uiteindelijk geformuleerd in de vorm van een handleiding en een handelingsprotocol.

Het onderzoek is een kwalitatief onderzoek, kleinschalig en vormgegeven aan de hand van geschreven teksten. Het rapport is een uiteenzetting van het Woordenschatonderwijs. Waarbij allereerst onderzocht is hoe de kerndoelen, leerlijnen en tussendoelen het woordenschatonderwijs op de basisschool worden vormgegeven. Daarnaast is onderzocht en weergegeven waaraan goed woordenschatonderwijs moet voldoen. Welke onderdelen belangrijk zijn om tot het goed aanbieden van nieuwe woorden en begrippen te komen. Door mijn specialisatie voor het oudere kind heeft mijn onderzoek zich gericht op de bovenbouw. De specificaties voor het woordenschatonderwijs in de bovenbouw worden dan ook apart genoemd.

Hierna wordt antwoord gegeven op de vraag, waarom het van belang is om op de onderzoekslocatie het woordenschatonderwijs te verbeteren. Hieruit komt naar voren dat er een risicogroep aanwezig is op De Zandloper. Deze groep heeft een relatief kleine woordenschat.

Aan de hand van het curriculaire spinnenweb van SLO (Akker, Boer, Kuiper, Letschert, & Thijs, 2009) worden de drie hoofdpunten waaraan het woordenschatonderwijs op de onderzoekslocatie aandacht zal moeten gaan besteden extra uitgelicht. Te weten de leeromgeving, de leeractiviteiten en de docentrollen. Omdat het spinnenweb uit balans zal raken zodra er aan die drie punten  wordt getrokken, is ook het punt tijd onderzocht. Deze drie hoofdpunten gaven een duidelijk  uitgangspunt voor het praktijkonderzoek.
Met dit onderzoek wil ik aantonen dat met het inzetten van ICT het woordenschatonderwijs doeltreffender kan worden aangeboden. Daarvoor zijn de kerndoelen, leerlijnen en tussendoelen van ICT onderzocht. Die zijn niet aanwezig, in zoverre dat ICT geen doel op zich is, maar een middel om tot beter onderwijs te kunnen komen. Een uiteenzetting van wenselijke digitale middelen in de klas is daarom  wel vermeld.

In het praktijkonderzoek wordt op de onderzoekslocatie, obs De Zandloper te Koedijk, gekeken hoe het woordenschatonderwijs op dit ogenblik wordt vormgegeven. Welke methode wordt gebruikt en hoe wordt die ingezet. Door middel van observaties van het woordenschatonderwijs in de drie bovenbouwgroepen op de onderzoeklocatie en de verwerking van de vragenlijsten van de desbetreffende leerkrachten wordt een samenvatting gegeven van de knelpunten in het woordenschatonderwijs op De Zandloper, met de nadruk op de drie hoofdpunten: de leeromgeving, de leeractiviteiten en de docentrollen.

Aan de hand van mijn visie op ICT en woordenschatonderwijs heb ik een handleiding en een handelingsprotocol kunnen opstellen waarmee de leerkrachten op De Zandloper hun woordenschatonderwijs doeltreffender kunnen aanbieden. Teneinde de woordenschat van de leerlingen te verbeteren en te verdiepen en een diepere woordkennis te creëren.

Het handelingsprotocol kort uiteengezet, bevat de volgende aanbevelingen:

  1. Woordselectie
    Kies voor elk lesmoment vier of vijf woorden uit de lijst van de taalmethode.
    Kies alleen woorden die kinderen nog niet kennen en wel moeten leren en met de gedachte aan netwerkopbouw. 
    Kies uit op: nut, frequentie, spreiding en relevante context.
    Zoek hierbij relevante filmpjes of afbeeldingen uit een (online) beeldbank.
     
  2. Voorbewerken
    Een (korte) introductie van het thema. Maak hierbij gebruik van de taalmethode.
     
  3. Semantiseren
    Het gaat om een korte, krachtige, heldere, betekenisuitleg waarin de drie uitjes (uitbeelden, uitleggen en uitbreiden) samenvallen.
    Ondersteund met afbeeldingen, filmpjes en plaatjes.
    Zet nu ook verschillende woordspelletjes (routines) in.
     
  4. Consolideren
    Verwerking van de oefeningen uit het werkboek woordenschat, twee keer per week.
    Zet routines in.
     
  5. Controleren
    De toetsen van de methode voldoen om de kennis van de leerlingen voldoende te controleren. En kunnen nu ook ingezet worden.

Het handelingsprotocol is een digitaal document waarmee de leerkrachten direct aan het werk kunnen. Er staan handige links in naar beeldbanken, filmpjes, routines en andere grafische modellen welke goed zijn in te zetten bij het vormgeven van de lessen en het aanbieden van nieuwe woorden en begrippen.

Eindconclusie
Uit het onderzoek kan geconcludeerd worden dat het woordenschatonderwijs op obs De Zandloper doeltreffender kan worden aangeboden met behulp van het inzetten van digitale middelen.
Aan de hand van een handelingsprotocol kunnen de leerkrachten nieuwe woorden en begrippen aanbieden en zullen deze woorden en begrippen diepere betekenis- en hiërarchische relaties aangaan omdat een kind een woord nu eenmaal beter onthoudt als het wordt aangeboden met een afbeelding of filmpje.
Voor vervolgonderzoek wordt aanbevolen te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om op
obs De Zandloper een nieuwe woordenschatmethode binnen de huidige taalmethode aan te schaffen, waarbij het digitale aanbod is geïntegreerd. Of te kijken welke geheel nieuwe taalmethode met woordenschat beter aansluit bij de wensen van de leerkrachten en de behoeften van de leerlingen.